Het rapport rekent belastingderving onterecht als nationale kosten

Kritiek:

https://nos.nl/artikel/2271810-onderzoek-energieakkoord-duurder-dan-verwacht.html
PBL-klimaatonderzoeker Bart Strengers: “Niet geïnde belastingen worden als kostenpost gezien omdat die belastingen op een andere wijze geïnd zullen moeten worden, en dat dat dus kosten zijn. Maar in eerste instantie zullen die niet-geïnde belastingen betekenen dat de burger minder gaat betalen. Vervolgens worden die belastingen wellicht op een ander manier weer geïnd, maar dan kom je hooguit op 0 uit en niet op 15,5 miljard”

http://www.nvde.nl/nvdeblogs/3205/
Wat ingewikkelder maar niet onbelangrijk: In de meeste gevallen zijn de kostenindicaties in de analyse gebaseerd op (subsidie)uitgaven van de overheid en ook op gederfde belastinginkomsten door energiebesparing. Dat is iets wezenlijk anders dan nationale kosten: die zullen voor hernieuwbare opwek lager liggen en gederfde belastinginkomsten door energiebesparing (pakweg 10 miljard in de periode 2014-2035) horen niet bij de nationale kosten.
Deze fouten maken dat de geclaimde totale kosten een sterke overschatting zijn.

Reactie:
Wij hebben tot enige maanden voor de publicatie van het rapport een rekenmethode gehanteerd, die erop neerkwam dat we alleen kosten meenamen die voor de maatschappij als geheel voelbaar waren. Bijlage 1 van het rapport gaat voor een groot deel over deze rekenmethode.
Pas toen kwamen we erachter dat het PBL daarvoor een term had: nationale kosten. Die hebben we overgenomen:  “de nationale kosten – voor de Nederlandse samenleving als geheel, ongeacht wie deze draagt” [1] Maar de in de kritiek van de NVDE fact check gebruikte definitie klopt niet met onze rekenwijze en met de definitie van het PBL.

Wellicht is er toch een definitieverschil en hebben we dit begrip onterecht overgenomen, waarvoor dan onze excuses.

(Update 5 maart 2019: inmiddels is duidelijk dat PBL inderdaad een iets andere methode hanteert dan wij, zie punt 9. Zij trekken de winsten van de betrokken ondernemingen af van de nationale kosten. Wij vinden dit echter onterecht en houden vast aan onze berekening)

Hier wordt onze oorspronkelijke definitie aangehouden, zoals ook geformuleerd door het PBL. Daarbij kan belastingderving in een deel van de gevallen wel degelijk vallen onder nationale kosten.

Onder deze definitie zijn belastingen of belastingderving op zich geen nationale kosten: als je de loonbelasting verhoogt, draagt de burger meer af, maar krijgt de overheid meer inkomsten, die daardoor niet op andere manier bij de burger gehaald hoeven te worden, bijvoorbeeld via de BTW. Dit heft elkaar op.

(Update 5 maart: In punt 9 wordt dieper ingegaan op de redenen voor ons om hier de belastingderving te berekenenen niet de kosten van de maatregelen die er toe leiden.)

Anders wordt het als de heffing leidt tot gedragsverandering:

Een energiebelasting kan leiden tot het lager zetten van de verwarming. In dat geval heb je nationale baten: de burger bespaart de belasting (die belastingderving is wat nationale kosten betreft neutraal) maar ook de kale brandstofkosten. Dat zijn baten, omdat er niet voor de besparing geïnvesteerd is.

Wanneer er wel geïnvesteerd is ten behoeve van de energiebesparing moet dit in de berekening betrokken worden.
Als je investeert in zonnepanelen, die je in 7 jaar terugverdient op de stroomkosten, is dat voor jou wel kostenneutraal, en na 7 jaar winstgevend, maar voor de samenleving niet: de derving van de energiebelasting wordt niet gecompenseerd door een toename van het inkomen van de burger, tot de panelen inclusief rente afbetaald zijn. Maatschappelijk zijn de kosten van de panelen pas afbetaald als de aanschaf inclusief rente terugbetaald is met de bespaarde kale kosten voor de opwekking van de vervangen elektriciteit.
Omdat alleen de kale besparing op brandstofkosten meetelt als baten, loopt de terugverdientijd op. En bij de iets langere terugverdientijden gaat de rente ook steeds zwaarder meetellen, wat duidelijk bleek uit de case van de duurzame woningen. De hier genoemde zonnepanelen worden op de kale kosten van vermeden elektriciteit niet in 7 jaar terugverdiend, maar in ongeveer 21 jaar (de kale elektriciteitsprijs is maar 1/3 van de rekening). Bij 5% rente zijn er zelfs geen baten, hoe lang de panelen ook stroom blijven leveren. In dat geval valt 100% van de belastingderving onder nationale kosten.

In hoeverre de belastingderving, als gevolg van de maatregelen voor energiebesparing, binnen de periode tot 2038 gecompenseerd zal worden uit de bespaarde energie is afhankelijk van de hoogte van de investeringen, de afschrijving daarop, de energiebelasting, de rente, en de kale kosten van de bespaarde energie. Dit was in 2017 niet met enige nauwkeurigheid voor de komende decennia vast te stellen, dus is deze factor voor de gebruiker naar eigen inzicht instelbaar gemaakt (Uitgangspunten B56).

De door de makers ingevulde 100% gaat uit van lange terugverdientijden voor de genomen maatregelen (grondige isolatie, vloerverwarming, elektrisch koken, driedubbel glas, warmtepompen) en een redelijke rente, waardoor de eventuele baten pas na 2038 verwacht worden.

Een eenvoudige berekening voor blijvende aanpassingen (bv dubbel glas, isolatie, vloerverwarming) is de volgende:
Het merendeel (ca. 75%) van de belastingderving komt in de spreadsheet van de besparingen in de huishoudens. Volgens CBS zijn de kosten van de gaslevering in 2019 per huishouden €623. [2] Dit bedrag wordt bespaard bij het volledig gasvrij maken van de woning.
Wanneer de rentelasten van de maatregelen hoger zijn dan dat bedrag, lopen de kosten in de tijd alleen maar op en zijn er geen baten maar zelfs extra nationale kosten, bovenop de belastingderving. Bij 5% rente is dat het geval vanaf €12.460. Voor dat bedrag moet dus de woning gasvrij gemaakt worden.

Installaties die een beperkte levensduur hebben (zoals warmtepompen) zouden, bij 5% rente en een levensduur van 15 jaar, minder dan €6150 moeten kosten voor het gasvrij maken van een woning om ooit nationale baten op te leveren.

Het rapport gaat ervan uit dat de kosten van de maatregelen die de belastingderving veroorzaken gemiddeld uitkomen op deze bedragen. In dat geval staan er geen nationale baten tegenover de belastingderving. Nader onderzoek kan uitwijzen of dit klopt. Zoals gezegd kan de 100% in de Uitgangspunten aangepast worden.

Wanneer de kosten voor het gasvrij maken van de woningen op slechts 2/3 van deze bedragen liggen, nemen de nationale baten wel sterk toe en spreken we over tientallen miljarden aan nationale baten, wanneer alle woningen voor dat bedrag geheel gasvrijgemaakt kunnen worden. De auteurs gaan er echter van uit dat dit slechts bij een zeer beperkt aantal nieuwbouwwoningen mogelijk zou zijn. En dat de kosten voor bestaande bouw veel hoger zouden liggen, wat dan leidt tot tientallen of zelfs honderden miljarden aan nationale kosten. Het EIB rapport komt ook met veel hogere kosten per woning, zoals in het rapport is doorgerekend, en schat de totale kosten op 235 miljard, circa €30.000 gemiddeld per woning. [3] In dat geval zijn er dus geen baten maar alleen maar steeds hoger oplopende nationale kosten.

De kosten voor het gedeeltelijk terugbrengen van het gasgebruik door eenvoudige maatregelen dalen sterk, maar daarmee ook de besparingen. Mogelijk zijn op die wijze ook over het geheel van alle woningen nog baten te behalen, bij de in het Energieakkoord beoogde energiebesparing. Hier ligt een taak voor de deskundige instituten; wij zien de berekening graag tegemoet. Dan kan de 100% in de Uitgangspunten van de spreadsheet zo nodig aangepast worden.

Conclusie
De aangenomen 100% nationale kosten van derving van energiebelasting door energiebesparing is vatbaar voor discussie. Nadere berekeningen door deskundigen kunnen hier uitsluitsel geven.
Maar ook als er wel een aanzienlijke compensatie zou zijn door kale besparingen, die ook de rente overtreft, blijft er een post belastingderving over als maatschappelijke kosten. De post is zeker niet nul en al helemaal niet positief, zoals in de kritiek gesuggereerd werd.
Maar hier zit inderdaad een aantal miljarden variatie op de verschillende aannames. Wordt de belastingderving voor 50% gecompenseerd door werkelijke energiebesparing, dan gaat er circa 8 miljard euro van het totaal (107 miljard) af.

[1]  https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2017-nationale-kosten-energietransitie-in-2030-2888.pdf

[2] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/07/energierekening-334-euro-hoger

[3] https://www.eib.nl/pdf/EIB-notitie_Klimaatbeleid_en_de_gebouwde_omgeving.pdf