Het rapport berekent wel de kosten maar niet de baten

Kritiek:

https://www.energieakkoordser.nl/nieuws/2019/kosten-energieakkoord.aspx
De SER:
Het gaat daarmee voorbij aan het feit dat het overgrote deel van de bedragen die worden uitgegeven om investeringen gaat. Die leveren baten op in de vorm van bijvoorbeeld, lagere brandstofkosten, nieuwe verdienmodellen en banen. Met andere woorden: het rapport kijkt wel naar de extra kosten en investeringen, maar laat de opbrengsten en besparingen buiten beschouwing. Daarmee geeft het rapport geen indruk van de totale financiële betekenis van het Energieakkoord voor de Nederlandse samenleving, stelt het ministerie.

https://nlslash.nl/mwenb/Wiebes_geen_berekening_banen_zijn_baten.mp4
Minister Wiebes:
“Ik ga ook niet precies kunnen nagaan wat alle kosten en opbrengsten op een eerlijke manier van het energieakkoord zijn, dan moet je namelijk ook opbrengsten meenemen in termen van werkgelegenheid”

Reactie:

De in de spreadsheet genoemde bedragen zijn nationale kosten, bestaande uit vooral subsidies en belastingderving, en geen investeringen. Subsidies kunnen overigens natuurlijk ook baten hebben.

Genoemd worden door de minister en de SER:

Werkgelegenheid
In het rapport wordt gesteld dat extra banen geen baten zijn. Een toename van de hoeveelheid banen die nodig is om evenveel energie te produceren gaat ten koste van andere werkgelegenheid en onze welvaart.
Dit wordt overigens met zoveel woorden bevestigd in het ECN/PBL rapport: [1] De bekostiging van de investering gaat ten koste van bestedingen elders in de economie. Dit drukt de netto werkgelegenheidseffecten van het akkoord. Het werkgelegenheidseffect treedt bovendien vooral op korte termijn op. Op langere termijn mag bij een normale werking van de arbeidsmarkt worden verwacht dat geen betekenisvolle werkgelegenheidseffecten optreden.

Lagere brandstofkosten
De kosten in de spreadsheet zijn de extra kosten van de maatregelen boven het “as is” scenario. Dat houdt in dat bijvoorbeeld bij het vervangen van fossiele elektriciteit door windmolens, de onrendabele top wordt vergoed.
De burger betaalt dus de gewone prijs (alsof het nog gas- of steenkoolstroom is) en daar bovenop komen de subsidies die aan de exploitant betaald moeten worden. De kosten van het gas worden dus niet bespaard maar ook voor de windstroom in rekening gebracht. Deze kosten zitten niet in de bedragen in de spreadsheet, en hoeven daar dan ook niet van afgetrokken te worden.

Daar waar wel brandstofbesparingen optreden wordt er in het rapport ook uitgebreid aandacht aan besteed: bij maatregelen voor energiebesparing. De case van de verduurzaming van de woningen is hierbij als voorbeeld gebruikt: gemiddeld wordt die al nooit terugverdiend als er meer dan 0,85% rente wordt berekend op de investering, zelfs als de warmtepomp het eeuwige leven zou hebben.

Om te weten of er baten zijn, moet vastgesteld worden welke maatregelen geleid hebben tot de bereikte energiebesparing (zie volgende kritiekpunt “belastingderving”).

Let wel: bij het vaststellen van de nationale kosten worden investeringen alleen terugverdiend op de werkelijke brandstofbesparing, niet op energiebelasting en distributiekosten.

Op dit onderwerp wordt dieper ingegaan in punt 9: De reacties van PBL en NVDE.

ETS baten
Een moeilijk punt zijn de vermeden ETS afdrachten door de opwekking van duurzame elektriciteit. Deze zijn in de spreadsheet niet als baten opgevoerd. Het is immers het vermijden van afdrachten die weer elders baten vormen. We hebben niet kunnen nagaan waar de ETS opbrengsten naartoe gaan. Ze lijken in ieder geval voor een groot deel terug te vloeien in de staatskas. Maar ook als ze in de EU kas vloeien, is dat dan niet ook een bate waardoor het systeem als geheel neutraal is voor de samenleving?
Hierover is zeker discussie mogelijk.

[1] https://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl-2013-het-energieakkoord-wat-gaat-het-betekenen-1087_0.pdf